Reisverslag 11 | Kuna Yala

Reisverslag 11 | Kuna Yala  

1 december 2018 – 10 januari 2019

Reisverslag 11 | Aruba – San Blas

We vertrekken van Aruba met de wind in de rug en er staat een tocht van ongeveer 600 mijl in het verschiet. De gennaker bolt mooi op van een lichte bries en met het vlakke water onder Aruba hebben we een mooie snelheid te pakken. Niels en ik wisselen elkaar af in diensten van vier uur en al snel begint de zee wat hobbeliger te worden. Gelukkig hebben we een flinke lading pannenkoeken gebakken en daarnaast pasta voor twee dagen dus we hoeven voorlopig niet te koken.


Als we de tweede nacht tegemoet zeilen begint mijn dienst. Het is een onrustige zee en ik ben bang dat ik misschien wel zeeziek zal worden. Gelukkig blijft dit uit en hebben we de gang er nog steeds goed in zitten. Het is buiten donker en de ramen zitten vol zoutkristalen van overslaande golven. Als ik plotseling een soort knal hoor duurt het even voor ik door heb wat er aan de hand is. De snelheid loopt terug en als ik mijn hoofd om het raampje steek zie ik dat onze gennaker mist. Ik schreeuw naar Niels die achterin ligt te slapen dat ons zeil mist en hij springt uit zijn bed. Samen lopen we naar de voorkant van het schip, ons vasthoudend aan de zeerailing vanwege de stevige schommelingen nu we geen snelheid meer hebben. De val die de gennaker in de mast trekt, blijkt gebroken en het zeil van 80 vierkante meter hangt nu naast het schip. Om het zeil niet te beschadigen halen we het snel maar voorzichtig naar binnen. Alles lijkt goed te zijn gegaan en we bergen het natte zoute zeil op in een tas. De reddingsoperatie duurt niet langer dan een kwartier en als we het fok uitrollen om weer wat snelheid te krijgen is de rust wedergekeerd.

 


Als we ruim 500 mijl erop hebben zitten en we 100 mijl uit de kust boven Barranquilla varen, wijst Niels op de kaartplotter. Wat zal ‘Discol Water’ betekenen? vraagt Niels. “Geen idee” zeg ik, “maar ik kan me er wel een voorstelling bij maken.” Zonder er al te veel aandacht aan te besteden zeilen we met een heerlijk windje de 4e nacht tegemoet. Midden in de nacht maakt Niels me wakker omdat mijn dienst begint. “Ik zou je brood maar vast uit de koelkast pakken” zegt hij. “En pak ook meteen een flesje drinken en ga nog even naar het toilet” voegt hij eraan toe. “De komende vier uur sta je vast achter het stuurwiel, het gaat enorm te keer”. Buiten is het pikdonker en heeft de wind zich aangesterkt tot een dikke windkracht 7 met uitschieters van 35 knopen! We horen golven achter ons omslaan en zo nu en dan komt er een golf vanaf de zijkant de boot in geknald. Alles aan boord wordt nat, inclusief wijzelf! Het log laat een continue snelheid van 9 knopen zien met uitschieters van 15. De onrustige zee en harde wind maken dat Stef, onze automatische stuurpiloot, zijn werk niet meer naar behoren kan uitvoeren. Het schip surft van de golven af en schiet de ene keer naar links, de andere keer naar rechts. We besluiten onze diensten van vier naar drie uur te reduceren omdat het ons veel moeite kost het schip op koers te houden. Moe en nat kruip ik na iedere dienst mijn bed in.


Als de zon de volgende ochtend opkomt beseffen we dat het misschien maar beter was dat het zo donker was vannacht. De golven zien er zo nu en dan behoorlijk dreigend uit. Het voordeel van deze sterke wind is dat we flink wat mijlen hebben afgelegd en de Kuna Yala (de San Blas eilanden) zijn bij het aanbreken van de dag nog 80 mijl van ons verwijderd. We zijn er bijna.


Terwijl wij rondzeilen tussen de 365 eilanden van Kanu Yala, valt het ons op hoe schitterend het hier is. Aan de ene kant vindt de Caribische zee hier zijn laatste weg richting het rif, aan de andere kant zien we de hoge contouren van de bergen van Panama. Rond de bergen schuilt zich een onbegaanbare jungle, bedekt met een dik pak wolken met een constante aanvoer van regen. Het contrast tussen beide is groot en dat maakt het zeilen hier best bijzonder. Er staat hier minder wind dan in de rest van de Caribbean en de golven zijn dankzij het rif hier zo goed als verdwenen.

Na enkele dagen rondzwerven ankeren we vlak voor het witte zand van de ‘Holandes Cayes’. De volgende dag verkennen wij 1 van de eilanden genaamd Banedup. Nadat Niels en ik een uur hebben gesnorkeld op jacht naar lobsters, gaan we het eiland verkennen. We lopen een rondje op het onbewoonde eiland, dat zo groot is als ongeveer 10 voetbalvelden. Met blote voeten lopen we over het hagelwitte zand onder de overhangende palmbomen door. Je zou bijna denken dat je hier alleen op de wereld was, totdat je naar de vloedlijn kijkt. Letterlijk over de hele lengte van het eiland ligt het strand bezaaid met plastic, teveel om in een middag te kunnen opruimen. Het laatste stuk van het rondje eiland is erg slecht toegankelijk en we steken een stukje af.

Als we weer bij het water komen zien we een boomstam drijven op de plek waar wij een uur geleden nog hadden gesnorkeld. Als de boomstam zich plotseling tegen wind- en stroomrichting in beweegt kijken we iets beter. Het blijkt geen boomstam, maar een krokodil van ongeveer 2,5 meter lang te zijn. Even later komt zijn maatje ook boven drijven en dobberen ze daar met zijn tweeën. We houden het zwemmen voor die middag gezien en besluiten terug naar de boot te gaan.

Sergio komt langs in zijn zelfgemaakte kano, gemaakt van 1 boomstam. Sergio is de Saila van 1 van de eilanden, oftewel de baas. Voor in de kano zitten zijn 2 zonen van 8 en 10 jaar oud. Terwijl we zijn zoons blij maken met cola, laat Niels aan Sergio ons plastic project zien. In ons beste Spaans leggen we hem uit wat we doen. Hij deelt onze zorgen over de grote hoeveelheden plastic op deze eilanden en we besluiten gezamenlijk de volgende morgen een opruimactie te houden.


De volgende ochtend vertrekken we met een paar kleine bootjes samen met de Kuna’s naar een eiland vol plastic. We gaan naar het eiland dat naast het eiland van gisteren lag, aangezien we geen afgebeten kinderarmpjes willen. We staan gewapend met lege zakken en een paar brede glimlachen op het strand van Tiadup. In totaal zijn we een uurtje aan het opruimen en al snel zijn onze zakken gevuld met gekleurde stukken plastic. ‘s Middags hebben we afgesproken om op 1 van de andere eilanden het plastic te shredden en er samen een vaas van te maken. Vanuit alle hoeken komen Kuna’s langs om te kijken en te praten over het recycleproces. Het is geweldig om zo ver van huis samen te werken met de mensen hier. Maar er ligt zo gigantisch veel plastic, dat wat wij doen slechts een druppel op een gloeiende plaat is.


We liggen bij een eiland dat als bijnaam het BBQ eiland heeft gekregen. Er worden hier vaak zulke grote vissen gevangen dat ze te groot zijn voor een gezin en ze op dit eiland op de bbq worden gegooid om met andere zeilers te delen. Niels, Wijnand en ik besluiten ook te gaan vissen met het bijbootje. Tussen de riffen heeft zich een kanaal gevormd waar we doorheen varen. De golven zijn hier hoog en we slingeren alle kanten op. Al snel heeft Niels beet en vangt hij een mooie snapper. Kort daarna krijg ook ik beet en vangen we nog een Spanish mackerel. De vissen zijn inderdaad van een kaliber dat we niet in ons vriesvak kwijt kunnen en we nodigen twee andere Nederlandse boten uit te komen eten. Terwijl ik op het zwemplateau de vissen aan het schoonmaken ben en de visresten overboord gooi zie ik een vinnetje boven het water uit komen. Als ik ga staan zie ik een donkere schim van ongeveer twee meter die wel erg geïnteresseerd lijkt in onze vangst. Binnen vijf minuten daarna cirkelen er vier haaien rond onze boot. We hangen de visgraten aan een touw achter het schip en na even aarzelen slaat één van de haaien toe. Wat een spektakel. De volgende dag hebben we opnieuw haaien rondom de boot zwemmen en besluit ik mijn duikmasker en snorkel te pakken en spring ik in het water. In het begin is dit wat onwennig en vlucht ik het bijbootje in als er een haai nadert, maar al snel weet ik die angst los te laten en kan ik deze prachtige dieren onder water aanschouwen.

Voor we het weten is het kerst en maakt onze opblaasbare kerstman met discolicht indruk op het achterdek. Verschillende Kuna’s in hun zelfgebouwde kano’s komen langs om onze prachtige kerstman te aanschouwen. ’s Avonds eten we opnieuw bij ons aan boord met Marlies en Wijnand van de Ocean Goose, Sonja en Hans van de Ikinoo, Lout en Marlene van de Rafiki en Shelley van de North Wind. Dit zijn de vier Nederlandse boten waar we veel mee optrekken. Opnieuw staat er zelfgevangen vis op het menu, dit keer barracuda. Na het eten genieten we weer van de haaienshow nadat we de visresten overboord gooien.


Tweede kerstdag zetten we koers richting het vasteland. Twee vriendinnen uit Nederland, Annick en Irene, komen bij ons aan boord Oud & Nieuw vieren. De Kuna’s hebben het charteren met gasten hier verboden en daarom de enige weg richting dit gebied geblokkeerd. Gelukkig hebben we wat vrienden gemaakt bij de Kuna’s (geld maakt vrienden hier) en weten we een plan op te stellen om Annick en Irene toch op ons schip te laten komen. Na een taxirit van drie uur in een 4×4 jeep dwars door de jungle en nog eens een boottocht van twee uur stappen de dames aan boord. Plan gelukt.

 

Een paar dagen later plannen we een tocht met ons bijbootje de rivier op. De Rio Dulce loopt dwars door de jungle en mondt uit vlak waar wij geankerd liggen. Al na 100 meter varen lopen we voor de eerste keer vast en moeten we wadend door het water verder. Dit belooft nog wat! Gelukkig wordt de rivier al snel dieper en kunnen we onze tocht hervatten. Naast de rivier zitten Kuna indianen gehurkt hun kleding te wassen en er vliegen grote boten, geladen met tonnen zoet water, met volle snelheid de rivier op en af. Die kennen de ondieptes duidelijk beter dan wij. Het modderige water gaat snel over in kristalhelder water met aan beide kanten hoge groene gewassen. Vogels kwetteren erop los en hagedissen rennen over het water als ze ons zien aankomen. Grote gedeeltes van de rivier zullen vanuit de lucht niet zichtbaar zijn door grote overhangende bomen en het ruikt hier naar bloesem. Stapvoets varen we verder, oplettend of er geen omgevallen bomen net onder het wateroppervlakte liggen. Zo nu en dan wordt de rivier ondieper en moeten we uit het bootje stappen om niet aan de grond te lopen. Het idee dat er krokodillen in dit gebied zitten maakt dat de dames stoïcijns in het bootje blijven zitten. En wij maar sjouwen! Als we uiteindelijk niet meer verder kunnen varen volgt er nog een wandeling van een paar uur en een verfrissende duik in de rivier. Dan is het tijd om weer terug te gaan en vlak voor het donker komen we terug op onze boot.

 

Voor Oud & Nieuw varen we weer naar ons favoriete eiland: BBQ eiland. Er schijnt een bandje te zijn geregeld en het fijt dat een koud blikje Heineken er maar 1 dollar kost maakt dat wij ons er vast wel zullen vermaken. Ruim tweehonderd zeilers zijn naar dit eiland gekomen om nieuwjaar te vieren, waar er normaal gesproken maar één familie woont. Een uitbundig feest volgt en we schieten een aantal van onze noodpijlen af die over de datum zijn. De helft van de pijlen gaat niet af en de andere helft valt moedeloos uit de lucht zonder dat daarbij een bedoeld parachuutje opengaat. Gelukkig hebben we die niet nodig gehad. Als Niels en Lout opeens op het podium staan te zingen er even later een persoon over het volledige podium met gitaren heen dondert weten we dat het tijd is om terug naar de boot te gaan.


Het bootleventje bevalt de dames goed en voor we het weten is het tijd om de zeilen te hijsen en richting Colon te varen. We hebben een prachtige tocht met meerdere keren dolfijnen rond de boot en maken een tussenstop op Linton Bay. Als we de volgende dag in Colon aankomen is het tijd voor Annick en Irene om weer naar huis te gaan. We geven ze een extra dikke knuffel, want het komende jaar zal het ontzettend lastig zijn ons op te zoeken op de Pacific.