Reisverslag 13 | Markiezen & Tahiti

Reisverslag 13 | Markiezen & Tahiti

24 april 2019 – 2 juli 2019

Als we ons anker in de baai van Hiva Oa hebben laten vallen kijken we onze ogen uit. Het is alsof we in een tropisch Zwitserland liggen. Hoge bergen, begroeid met palmbomen, rijzen op uit een donkerblauwe zee. De geur van regenwoud, bloemen en rijp fruit bereikt vanuit de vallei ons schip. Tijd voor een wandeling naar het dorpje. Kippen scharrelen langs de weg, die zo nu en dan bezaaid ligt met tientallen overrijpe mango’s. Met onze handen en mondhoeken vol mangosap vervolgen we onze weg naar de supermarkt. De korte cursus Tahitiaans blijkt hier overbodig, maar we leren al snel dat ‘la ora na’ (spreek uit: joranna) goedendag betekent. Iedereen begroet elkaar hier, de één nog vriendelijker dan de ander. En er is nog iets dat ons meteen opvalt: Er ligt hier bijna geen plastic!

Ook na een aantal dagen op dit eiland kunnen we concluderen dat het dus nog bestaat: Stukjes op deze wereld zonder de vervuiling met plastic. De stranden liggen vol aangespoeld drijfhout, karkassen van krabben en kwallen, maar geen plastic. Ook de straten liggen er allemaal keurig bij. Het is duidelijk dat deze mensen trots zijn op de schoonheid van hun eiland en dat graag zo houden.

Tattoos vormen een belangrijke traditie op deze eilanden en vrijwel iedereen heeft er wel één. Vaak symbool voor de elementen wind, water en zon. Normaal gesproken heb ik er niet zoveel mee, maar de sierlijke vormen van de tattoos hier maken ook mij twijfelen er één te nemen. Sommige mannen hebben hun hele gezicht vol inkt. Binnen onze cultuur brengt dat bepaalde vooroordelen met zich mee wat het vinden van een baan kan bemoeilijken. Hier lijkt dat anders. Niels en Bibi hebben besloten hier wel een tattoo te laten zetten. Bibi op haar rug en Niels op zijn onderarm, beide erg mooi. Na lang twijfelen vind ik het toch niet bij mij passen en ik sla over.

De volgende dag ga ik met Wijnand (vriend van zeiljacht ‘Ocean Goose’) vissen en al snel hebben we een mooi maaltje bij elkaar gevangen. We horen van omstanders dat hier ciguatera heerst. Vissen stapelen giftige stoffen op en wanneer je die vis eet kan je verlammingsverschijnselen krijgen, wat begint met tintelingen in je lippen. Wanneer we met onze vissen naar een paar lokale vissers gaan om te vragen of deze giftig zijn, zeggen ze dat we ze zonder probleem kunnen eten. De rode curry waar we de vis in bereiden is heet genoeg om bij ieder van ons tintelende lippen te veroorzaken maar gelukkig wordt niemand ziek.

Het wordt steeds drukker met zeilschepen in de baai en een vervelende golfslag dwars op de wind maakt het niet erg comfortabel. Inmiddels liggen we hier alweer een tijdje en hebben vissen de eendenmosselen op ons onderwaterschip bijna allemaal opgegeten. Na nog een stevige schrobbeurt vertrekken we naar het naastgelegen eiland, Ou Pou.

De wind hier tussen de eilanden gedraagt zich vreemd. We varen samen op met de Ocean Goose tot plots de wind wegvalt. Vijf uur lang liggen we te dobberen terwijl de Ocean Goose flink op ons uitloopt. Via de marifoon weten ze te vertellen dat zij 18 knopen wind hebben. Hoe kan dat nou?!

Pas de volgende morgen komen wij aan op Ou Pou. De vallei staat groen van de mango- grapefruit- sterfruit- papaya- en kokosbomen. Een stuk wandelen levert al snel tassen vol fruit op. Ook hier zijn de straten keurig schoon en zijn de mensen weer super vriendelijk.

Het water is hier wat donker van kleur door het zwarte zand op de bodem, maar het bruist er van het leven. Als ik ’s ochtends het water in spring met mijn snorkel kom ik na twintig meter al een groep van zeker tien mantaroggen tegen. Fantastisch hoe die roggen onder water ‘vliegen’. Niels en Bibi mogen helaas het water niet in vanwege hun vers gezette tattoo dus ik kan mijn enthousiasme niet met hun delen. Als ik een stuk verder zwem zie ik 2 donkere schimmen onder me door zwemmen. Zie ik dat nou goed? Twee flinke hamerhaaien patrouilleren door het water onder mij door. Even houd ik mijn adem in, maar als ik zie dat ze niet geïnteresseerd in mij zijn, maakt verwondering plaats. Terwijl ik terug zwem naar de boot glijden er nog een paar blacktip rifhaaien onder me door. In één duik mantaroggen, blacktip- en hamerhaaien.

Het volgende eiland dat op de planning staat is Nuku Hiva. Het is maar een klein stukje varen maar onderweg vangen we een mooie tonijn. Bibi krijgt fileerles en ’s avonds hebben we weer de lekkerste sushi op tafel staan. De volgende dag maken we een hike richting de Vaipo waterval van 350 meter hoog. Na een tocht vol geklim en geklauter door riviertjes en modderpaden bereiken we de waterval. Deze zit echter verstopt achter een rots en we besluiten de poel in te springen waar de waterval in eindigt. We zwemmen het laatste stukje tot we onder het gekletter van de waterval zitten. Heerlijk dat zoete water. Als we ons net hebben verplaatst naar een rots om ons weer aan te kleden horen we een harde plons. Een kokosnoot is van de steile berg komen vallen met een gevaarlijke snelheid. Iets later valt er nog één naar naast ons neer. Snel weg hier, want dit had heel anders kunnen aflopen. Later lezen we dat het strikt verboden is onder de waterval te gaan staan vanwege vallende kokosnoten en rotsen. Nou, dat hebben we geweten!

Na Nuku Hiva maken we nogmaals een stop op Ou Pou om vervolgens door te varen naar de Tuamotu archipel. Vlak voor we vertrekken hebben we nog een afspraak met 2 lokale jongens om een tijdelijke uitwisseling te doen: zij krijgen onze stand up paddle (SUP) boards en wij krijgen beide een piroque, een originele Polynesische kano. Een groep spinner dolfijnen komt in de baai spelen en springt enthousiast voor de kano uit terwijl ze hun naam eer aandoen. Geweldig! Als we klaar zijn om te vertrekken krijgen we nog een tas vol fruit mee en zeggen we onze vrienden gedag.

De tocht van Ou Pou naar de Tuamotu’s is ongeveer 480 zeemijl. Waar dat voor ons een jaar geleden nog een behoorlijke tocht zou zijn, vinden we dat nu wel meevallen. Afstanden hebben op de Pacific een andere betekenis gekregen. Het weer is ons goed gezind en we hebben een prachtige zeiltocht. We vangen een wahoo van ruim een meter waar we de hele reis van kunnen eten. In minder dan 4 dagen bereiken we net voor het donker wordt het atol Ahe. Eigenlijk zouden we de hele nacht op zee moeten blijven om te wachten tot het getij goed is, maar dat zien we niet zitten. De atollen staan bekend om hun gevaarlijke ondieptes en stevige getijdestroming. Het feit dat onze back-up dieselmotor de geest heeft gegeven maakt het voor ons extra spannend. Zal de elektrische motor de stevige stromingen aankunnen? Tegen het advies in om op ‘slack’ tide (rond het hoogste of laagste waterniveau) door de pass te gaan varen wij de rustige pass met een stroom van 4 knopen in de rug naar binnen. Geen enkel probleem.

Pas de volgende morgen zien we de prachtige kleurverschillen van het water. Het turquoise blauwe water aan de binnenkant van het ringvormige atol en het diepe oceaanblauw aan de buitenkant. Volgens de boekjes wemelt het hier van de haaien en kun je er de mooiste koralen onder water zien. Helaas blijkt alleen het eerste waar te zijn. Ook hier heeft de opwarming van de aarde, en daarmee de zee, zijn tol geëist. Veel van het koraal heeft zijn kleur verloren of is dood. Op Ahe wonen in totaal 300 mensen. De supermarkten zijn zeer schaars gevuld en er is weinig te doen op het atol. Hoe mooi de omgeving dan ook kan zijn, het begint snel te vervelen en na een paar dagen zeilen we naar het volgende atol Rangiroa. We proberen nog met een basisschool een opruimactie te organiseren, maar het blijkt voorjaarsvakantie te zijn. Het hoort tenslotte bij Frankrijk.

Rangiroa is het op één-na-grootste atol van de wereld en staat bekend om zijn prachtige onderwaterleven. Dat is terug te zien aan de grote hoeveelheid zeilboten die om ons heen liggen en de prachtige hutjes die boven het water gebouwd zijn, waar je voor slechts 700 dollar per nacht kunt verblijven. Het water is hier een stuk helderder dan op Ahe en het onderwaterleven is prachtig. Vissen in alle kleuren zwemmen gemoedelijk tussen de koraalrotsen door. Ze zijn steeds op zoek naar een verstopplekje tegen de tientallen haaien die er patrouilleren. Voornamelijk zijn dit whitetip- en blacktiphaaien van 1,5-2,5 meter maar op het diepere stuk zie ik ook een tijgerhaai van 4 meter voorbij zwemmen. Zo snel als die verschijnt is hij helaas ook weer verdwenen.

Iedere ochtend stroomt het water hard de ingang van het atol binnen. Door een tegengestelde windrichting zorgt dit voor flinke golven in de pass. Prachtige condities om tijdens een dag met veel wind te kitesurfen. Dat ik niet de enige ben die deze golven uitnodigend vind bewijst de groep dolfijnen die hier iedere dag in de golven komt ‘surfen’. Sommige springen tot wel 3 meter hoog boven de golven uit, een ware circusvoorstelling.

Dan is het tijd om naar het volgende, meer geciviliseerde, eiland te gaan, Tahiti. Opnieuw hebben we een prachtige zeilreis met veel wind. We laten ons anker vallen bij Tahiti Iti, het schiereiland ten ZO van het hoofdeiland. Tahiti lijkt op een combinatie van de twee paradijsjes van hiervoor. Het heeft de hoge groene bergen zoals op de Markiezen en het prachtige blauwe water van de Tuamotu’s. Wanneer we met snorkel en flippers in het water springen worden we getrakteerd op een onderwaterwereld die we nog niet eerder zo hebben gezien. Koraal dat zo ver rijkt als je kan kijken. Verschillende soorten gekleurd koraal vechten om een plekje op de drukbezette bodem. Alleen mist er hier iets. Waar zijn de prachtig gekleurde koraalvissen zoals we die op Rangiroa zagen?

Inmiddels is de voorjaarsvakantie voor de lokale schoolkinderen afgelopen en kunnen we weer aan de slag met scholen. Met het kleine beetje Frans dat ik spreek maak ik een formulier met Franse teksten waarmee ik hoop uit te kunnen leggen wat we met onze stichting doen. Met dit formulier onder de arm lopen we de dichtstbijzijnde school binnen. We treffen een super enthousiaste schooldirectrice die ook nog eens perfect Engels spreekt. Milieueducatie is iets wat op haar speerpunten ligt voor komend jaar en ons project past daar perfect bij. We spreken voor de volgende dag af om lessen in 3 sessies te geven aan in totaal 6 klassen, of terwijl de hele school.

De volgende morgen om 08.00 uur staan we met onze shredder ‘De Hulk’ en zonneoven in een speciaal ingericht klasje voor 50 kinderen. De kinderen hebben de opdracht gekregen om een gekleurd stuk plastic van de straat op weg naar school mee te nemen. Vol spanning wat zij hiermee moeten doen, luisteren ze naar ons verhaal en kijken ze naar een kort filmpje over onze reis en activiteiten. De emoties zijn duidelijk hoorbaar in de klas bij het tonen van stranden, bezaaid met plastic, die wij de afgelopen tijd hebben bezocht en opgeruimd met lokale kinderen. Enthousiast rent iedereen na de presentatie naar ‘De Hulk’ om er hun gevonden stukje plastic in te gooien om het te shredden. We vullen met elkaar de pers en beloven de kinderen dat de vaas die we maken naar Nederlandse kinderen zal gaan, die daar hun schoolplein opruimen. Het vaasje dat we voor de klas hebben meegebracht krijgt een prominente plek in het klaslokaal en wordt voorzien van een bloem. Aan het einde van de ochtend hebben we ruim 150 kinderen educatie gegeven over de gevolgen van plastic in de natuur. Contactgegevens worden uitgewisseld zodat deze klasjes contact kunnen onderhouden en foto’s van opruimacties kunnen uitwisselen met scholen uit Nederland. Kortom: Een zeer geslaagde dag.

De volgende dagen hoeven we maar door het dorp te lopen of we horen van alle kanten ‘Bibi’ geschreeuwd worden door groepjes kinderen. Die naam blijft blijkbaar goed hangen. Het zou me niets verbazen als er hier over 20 jaar kindjes rondlopen met de naam Bibi. De vergaarde sterrenstatus van Bieb is echter van korte duur. Na 2 dagen hijsen we de zeilen weer en gaan we op weg naar het hoofdeiland, waar wij weer anoniem kunnen rondlopen