Reisverslag 6 | Kaapverdie-Martinique

6 | Kaapverdie – Martinique 8 dec – 8 jan

 

We liggen geankerd in Palmeira, het noordwestelijke puntje van Sal. De eerste dagen na onze aankomst slapen we weer wat bij en ontdoen onze was en beddengoed van de kilo’s zout die daarin is getrokken. Inmiddels is Wessel, een studievriend van Niels en vervend zeiler, ook op Sal aangekomen om ons de komende 2-3 maanden te vergezellen. Verder moeten we inklaren bij de douane omdat we nu officieel Europa verlaten hebben. We komen bij een oud gebouwtje met 2 kamers met aan de ene kant de immigratiedienst en aan de andere kant de politie. Midden in de kamer van de immigratiedienst staat een simpele tafel met daarop een computer, verder is de kamer leeg. Achter de computer zit een Afrikaanse agent van bovengemiddeld postuur met zijn oordopjes in een filmpje te kijken. Hij ziet ons wel staan, maar schenkt geen aandacht aan onze aanwezigheid. Wanneer we toch maar besluiten te vragen of we kunnen inklaren blijken we eerst langs de politie te moeten. Deze blijkt aan de andere kant van het eiland te zijn omdat er iemand onthoofd is. Poging 1 om in te klaren heeft geen kans van slagen en we worden verzocht aan het einde van de dag om 16.00 uur terug te komen. Zo hebben we nog een aantal keer braaf met onze documenten aangeklopt maar iedere keer bleek er niemand aanwezig ofwel ze hadden geen tijd/zin ons te helpen. Dan maar niet inklaren!

 

4 dagen na onze aankomst vermelden verschillende Nederlandse kranten: Nederlands gezin mishandeld en overvallen op Kaapverdie. Het blijkt om een gezin te gaan dat met hun schip op een eiland naast ons lag. Hier merken we gelukkig niets van criminaliteit. De mensen op straat zijn enorm vriendelijk en bereid met van alles en nog wat te helpen zonder dat ze daar meteen geld voor willen zien. De mensen hier zijn blij met wat ze hebben, ook al is dat vaak niet meer dan 4 betonnen muurtjes met een dak, dat dan hun huis moet voorstellen. In de straten lopen

Meisje in sloppenwijk

kindertjes te spelen tussen de honderden straathondjes die dit eiland telt. Het grootste evenement van de dag is als de vissers in hun mooi gekleurde bootjes terugkomen van zee en ieder gezin zijn maaltijd bij elkaar weet te scharrelen. Zo nu en dan zien we een pick-up of taxibusje met toeristen uit het zuidelijk gelegen Santa Maria om foto’s te maken van de Afrikaanse cultuur die er hier in Palmeira heerst. Het contrast op dit eiland tussen de luxe all-inclusive resorts in het zuiden en de Afrikaanse dorpjes en sloppenwijken is enorm!

 

 

Op zondag is het feest in dit dorp. Het hele dorp komt naar buiten om op straat een feestje te vieren. Met name de mannen vieren feest, de vrouwen voorzien de feestgangers van drankjes en eten. Er zijn verschillende mobiele barretjes waar ze bier, zelfgemaakte punch en croc serveren en op iedere straathoek staat een barbecue waar de heerlijkste geuren vandaan komen. Wanneer er genoeg alcohol is genuttigd komen de muziekinstrumenten op staat en wordt er een jamsessie gehouden. Voor ik het weet sta ik met 2 samba-ballen in mijn hand mijn ritmegevoel proberen te laten winnen van de aangeschotenheid. Ik weet niet of het door alle punch en croc komt, maar het geheel klonk toch erg leuk!

 

Samen op strand plastic verzamelen

De maandag daarop hebben we een afspraak met 2 mannen van de gemeente. Zij werken voor de overheid en houden zich bezig met de plastic vervuiling op het eiland. Ze hebben van ons project gehoord en zijn erg enthousiast ons te steunen. We ontmoeten de president van het eiland, welke ons toejuicht met een aantal kinderen op stap te gaan om hen iets bij te brengen over plastic vervuiling. Een aantal dagen en verschoven afspraken later gaan we met 15 kinderen, allen gewapend met een prikstok, op pad naar het noordoosten van het eiland. Door de stevige NO wind die hier heerst liggen de stranden hier bezaaid met plastic. Binnen een paar uur hebben we vuilniszakken vol plastic verzameld en moeten we stoppen omdat we niet meer mee kunnen nemen in de schoolbus terug. Na de opruimactie rijden we met de schoolbus naar de school toe waar we een stukje onderwijs geven en laten zien hoe wij aan boord plastic recyclen met onze shredder en zonne-oven. Dit gebeurt half met handen en voeten en half via een tolk, aangezien Niels en ik geen woord Portugees spreken en zij geen woord Engels. Ik weet niet of hierbij het verhaal of de 4 grote blanke mannen meer indruk hebben gemaakt, maar dat terzijde.

 

Na 2 weken op dit eiland is het tijd om te vertrekken. We hebben ons klaargemaakt voor de oversteek naar de Antillen! Gelukkig hadden we al op de Canarische eilanden proviand ingekocht, want echte supermarkten bestaan niet op Sal. De weersvoorspelling geeft een eentonig beeld voor de komende 10 dagen. NO wind, kracht 4-5. We zitten onder de Kreeftskeerkring (23,5 graden N) dus echte depressies hoeven we niet te verwachten. Onze eindbestemming mikken we op Martinique, 14°20 N 060°47 W. Dit heeft ongeveer dezelfde breedtegraden als Sal, 17°10 N 022°47 W, dus dat betekent dat we bijna 270 graden naar het westen moeten varen met de wind rechts van achteren. Door ons extra bemanningslid hebben we maar 2 diensten van 3 uur op een dag, de rest ben je vrij om te doen wat je wilt. Wat een luxe opeens!

 

We vertrekken op 21 december 2017, dit zal betekenen dat we zowel kerst als oud en nieuw op zee zullen zitten aangezien we verwachten 18 dagen onderweg te zijn. De eerste dagen moet iedereen weer even inschommelen en heeft met name Wessel erg veel last van zeeziekte. Ik slik de eerste 2 dagen een zeeziektepil, maar heb eigenlijk nergens meer last van. We gaan als een speer de eerste dagen en leggen afstanden van tussen de 140 en 161 mijl af. Na 5 dagen zit iedereen lekker in het ritme en krijgt iedereen meer energie. Overdag zijn we vaak alle 4 wakker en spelen een potje klaverjas of doen een poging tot sporten.

De dagen vliegen voorbij en tijd speelt steeds minder een rol.

 

Midden op de Atlantische oceaan

De zee is onstuimig en zo nu en dan komt er een golf volledig over de boot geslagen. Dit betekent dat we raampjes moeten dichthouden tijdens het slapen. Met een gemiddelde temperatuur van 27 graden valt dit niet mee dus zo nu en dan gaat er toch ergens wel (stiekem) een raampje open, met alle risico’s van dien. Dit gaat dan ook een keer finaal fout als er een golf zo’n 100 liter zout water het achterkajuitje van Niels en Bas in bonjourt over hun bedden heen. ’s Nachts horen we knallen tegen onze kuiptent aan van vliegende vissen die aan boord komen kijken. De geur ervan weerhoudt ons van het eten van deze vissen.

Kerst is inmiddels aangebroken en we eten ’s avonds gezellig met elkaar aardappelpuree, rode bieten en verse dorado. Helaas komt Wessel zijn eten sinds het begin van de reis steevast 2 keer tegen en ook deze kerstmaaltijd wordt een paar minuten later met de vissen gedeeld. Merry Christmas.

 

Het weer is erg wisselvallig en de zon laat zich maar weinig zien. Bovendien zwakt de wind tijdens kerst af naar 3 Bft. We merken dat op een voordewindse koers onze as van de elektrische motor maar weinig kracht genereert bij deze wind om goed bij te laden. Deze combinatie van weinig zon en de koers voor de wind maken dat we weer zuinig moeten omgaan met stroom aan boord. Na een volle week op de autopilot te hebben gevaren moeten we dus weer terug naar handmatig sturen, 24 uur per dag. Aan de ene kant is dit een stuk oncomfortabeler, aan de andere kant voelt het wel veel meer als prestatie als we op deze manier de overkant bereiken! Achteraf zou blijken dat we tot aan Martinique op de hand hebben gestuurd, ookal was dat de laatste dagen niet meer echt nodig.

 

Oud en nieuw vieren we met champagne en we schieten een paar kogels uit ons pistool af. We wensen iedereen op de marifoon een gelukkig nieuw jaar, maar krijgen geen gehoor. We zitten inmiddels 10 dagen op zee en zijn net over de helft. We hebben dus al meer dan 1100 mijl afgelegd en zijn nog geen 1 ander schip tegen gekomen en hebben zelfs op de AIS nog geen enkel schip gezien. Dan schreeuwt Bas opeens; Walvis! Hij ziet een walvis op 15 meter van de boot springen. Helaas zien wij de walvis nog een paar keer boven komen op 50 meter afstand en dan is hij weer vertrokken.

 

’s Nachts krijgen we regelmatig te maken met squalls, regenbuien gepaard met veel wind. Daarbij gebeurt het meermaals dat de richting van de wind ook draait tov de normale richting. Zowel Niels als ik maken in een nachtdienst tijdens één van deze squalls een klapgijp (giek vliegt plotseling naar de andere kant) door wind en golven die ongelukkig samen komen. Onze bulletalie bleek hier niet tegen opgewassen te zijn en het oog op de giek waar die aan is bevestigd breekt af. Ook blijft de schoot achter de zeerailing hangen waardoor de railing breekt en de pootjes uit het dek worden gerukt. Wat een kracht komt er bij zo’n klapgijp vrij! Gelukkig is de schade nog beperkt en kunnen we dit zelf repareren als we weer aan land zijn. Achteraf bleek dit de enige schade die we tijdens de overtocht hebben opgelopen, dus het valt alles mee.

 

Het is 3 januari als onze hengel weer eens tot in het handvat wordt kromgetrokken en de slip het op een gieren zet.

Land in zicht

We weten meteen dat dit weer een grote vis is en zijn voorzichtig omdat anders de 21 kg lijn knapt. Na een uurtje vechten komt er een mooie zwaardvis achter de boot uit de diepte tevoorschijn. We takelen het beest aan boord en meten het op, 203 cm! We laten de hengel aan boord maar nog geen uur later begint onze andere hengel krom te staan. Deze lijn kan 40 kg houden, maar nog steeds zijn we bang dat de lijn wel eens kan breken door het gewicht van de vis. Ondertussen vaart de boot met een snelheid van 6 knopen door, dus we besluiten het fok in te rollen om het binnen takelen iets minder zwaar te maken. Na 2 uur zwoegen takelt Niels is het pikkedonker een zwaardvis binnen die duidelijk nog groter is dan de vorige. Na opmeten blijkt de vis 230 cm en we schatten hem tussen de 60-70 kg, wat een vis! Het kost ons heel wat rare capriolen om de vis aan boord te krijgen. De volgende ochtend liggen er 2 filets van ruim over de meter op het aanrecht. We eten tot onze aankomst op Martinique moten zwaardvis van de grill. Een Groninger zou zeggen; het kon slechter!

 

Aangekomen in Martinique

Na 18 dagen hebben we tussen de ochtendnevel dan eindelijk land in zicht. Het lijkt allemaal nog wat onwerkelijk, maar dat gevoel verdwijnt snel. We zien een prachtig groen eiland met witte stranden en palmbomen. Het water is turquoise blauw en de bodem is op 12 meter diepte te zien.  We zijn niet de enigen die de oversteek hebben gewaagd en door de schoonheid van Martinique werden aangetrokken. De ankerbaaien liggen vol met schepen, de één nog groter dan de ander. Ik schat dat er zo’n 1000+ boten liggen. Het anker valt op 3 meter diepte op een perfecte zandbodem. Wat een genot om weer eens stil te liggen tijdens het koken, het eten en het slapen! Nu eerst maar eens uitrusten en van dit eiland gaan genieten.