Reisverslag 7 | Martinique-Curacao

7 | Martinique – Curacao 8 jan – 6 maart

De tijd vliegt voorbij. Voor we er erg in hebben verblijven we al 3 weken op Martinique. We genieten van het lekkere weer en de simpele dingen zoals iedere ochtend vers stokbrood, Franse kaas en fruit op de markt halen. Dat lekkere weer heeft overigens wel een kanttekening. Sinds ons verblijf hier op Martinique regent het iedere dag zeker 4-5 keer. Deze zogenaamde ‘squalls’ brengen veel wind en regen met zich mee zodat je binnen een paar minuten tot op het bot nat bent. Gelukkig is daar ter compensatie iedere keer na een bui weer het zonnetje dat zorgt dat je niet veel later alweer droog bent. De regels die we op de Atlantic hebben opgesteld wat betreft het open laten van ramen worden deze weken nog wel gehandhaafd.
Bij navragen of het altijd zoveel regent blijkt dit pas sinds een aantal jaren te spelen. Hier merken ze dus ook dat het klimaat veranderd, alleen heeft niemand er hier moeite mee omdat gewassen beter groeien en het eiland het hele jaar door groen is.

We huren een autootje om het eiland niet alleen vanaf het water te ontdekken maar ook eens het binnenland in te trekken. We rijden naar het Noorden van het eiland en besluiten door een stuk jungle te gaan wandelen op zoek naar een beloofde waterval. Zoals eigenlijk iedere dag heb ik mijn wandel-teenslippers aangetrokken. De trail waar we aankomen blijkt gesloten te zijn vanwege de grote hoeveelheid water die er de afgelopen maanden is gevallen. Wij zouden geen mannen zijn als we besluiten op eigen risico verder te lopen. Aanvankelijk lopen we langs een mooi riviertje met veel overhangende bamboe, maar hoe hoger we komen hoe natter het wordt en ik begin al spijt te krijgen van mijn schoenenkeuze. Het laatste uur stijgen, lopen we langs iets wat ooit een pad zou moeten zijn geweest. Vloekend op alle modder en het steile pad probeer ik mij een weg te zoeken. Inmiddels loop ik op blote voeten en bedenk ik me dat we ook nog terug moeten. Onze kleren zijn doorweekt van het zweet en de hoge luchtvochtigheid. Uiteindelijk komen we aan bij een waterval onder 1 van de mooiste bruggen die ik ooit heb gezien. Onder de waterval staan zo’n 10 mensen die de weg met de auto wel wisten te vinden. Wij besluiten terug te gaan en komen vlak voor het donker moe maar voldaan terug bij de auto. Ik zou nog een week last van mijn voeten hebben. Voortaan maar goede wandelschoenen aan!

Na 3,5 weken op Martinique vertrekken we richting het zuiden. St. Lucia is onze nieuwe bestemming. Met de perfecte noord-oostpassaat zeilen we in 4 uur naar dit Engelse eiland. Het is bijna meer werk om het schip zeilklaar te maken dan de daadwerkelijke tocht zelf. Als we nog zo’n 5 mijl te gaan hebben worden we al opgewacht door de eerste bootjongens. Met kleine bootjes met enorme buitenboordmotoren liggen ze op toeristen te wachten om hen het 1 en ander aan te smeren. Of het aan onze Nederlandse vlag ligt weet ik niet, maar naast de lobsters en vis blijkt marihuana ook een vaste plek op de menukaart van deze opdringerige mannetjes te hebben. Zoals we van de gastvrijheid en de no-stress Caribische levensstijl op Martinique konden genieten, zo ergeren we ons aan de steeds brutalere bootjongens. Na 1 dag houden we het dan ook voor gezien in de Rodney Bay en gaan verder naar de zuidelijk gelegen Pitons, 2 hoge bergen waar het plaatselijke bier Piton wordt gebrouwen. We hebben nog zo’n 4 mijl voor de boeg als we aan de voet van de berg iets op en neer zien stuiteren, daarachter een wit spoor achterlatend. Het duurt even voor we daadwerkelijk zien wat er met een rotgang onze kant op komt, maar herkennen snel de contouren van een boot die meer verticaal in de lucht hangt dan het water aanraakt. Nog geen 10 minuten later stelt Travis zich aan ons voor. Travis is een jaar of 18, heeft een zonnebril, met hartvormige glazen, in de kleuren van de Amerikaanse vlag en een bootje dat net groot genoeg is om te blijven drijven met zijn 100 PK buitenboordmotor. Ook Travis probeert het 1 en ander te verkopen maar dan op een iets spectaculairdere manier. We danken Travis vriendelijk en zo stuitert Travis een paar seconden later verder naar de volgende boot.

We liggen aan een mooring bij de Pitons naast het enorme motorjacht Cyan. Dit schip blijkt van de Ierse rockband U2 te zijn dus pakken we snel de verrekijker om te kijken of Bono aan boord is. Bono blijkt niet aan boord, gitarist The Edge daarentegen wel.
Rond 23.00 uur in de avond komt er opnieuw een boot bij ons langszij gelegen. Met een kwast is er op het bootje RANGERS geschreven en verspreid door de boot liggen flesjes Heineken. De twee donkere mannen komen geld innen voor de mooring. We vertrouwen dit niet en zeggen dat we geen geld hebben. Op de marifoon roepen we zonder onze naam te noemen de bemanning van de Cyan op om te vragen of die rangers ook bij hen zijn geweest en hoe zij hebben gehandeld. Na het antwoord van de bemanningsleden dat zij het ook niet vertrouwden volgt een tweede bericht, ditmaal van de Rangers. Zij luisterden blijkbaar ook de marifoon uit, oeps! Ze zijn ‘not amused’ over de gang van zaken en komen bij de crew van de Zian verhaal halen om vervolgens in rechte lijn en volgas richting ons schip te komen. Er volgen wat woordwisselingen en als we netjes 10 euro hebben betaald is alles weer goed. Er wordt geen gehoor meer gegeven op onze excuses aan de Cyan crew over de marifoon.

De volgende ochtend staan we vroeg op om naar het volgende eiland te gaan. St. Lucia was niet wat we ervan hadden verwacht, dus gaan we weer op zoek naar het ware Carieb-gevoel bij St Vincent en de Grenadines. Na een dag varen laten we ons anker vallen in een prachtige baai bij Bequia. Aan het strand is één restaurant met aangrensende dinghy-dock gevestigd en verder is er niets. Bequia staat bekend om zijn walvisjacht. Ze gaan hier met nog traditionele bootjes en speren op walvisjacht. Ze hebben toestemming 4 walvissen per jaar te vangen. Wanneer ze van boven op de berg walvissen spotten vaart het hele eiland uit. Het seizoen is een maand open maar er zijn nog geen walvissen gezien. Overal op straat zitten groepjes mannen al vanaf vroeg in de ochtend aan de Moonshine, rum met een alcohol-percentage van 80 %. De sfeer is jolig en overal waar ik langs loop laten mannen trots foto’s en botten van walvissen van voorgaande jaren zien. Het is bijzonder om allemaal te zien, maar de gedachte dat die walvissen een langzame verdrinkingsdood lijden is triest.

Het volgende eiland is Mayreau. We laten ons anker vallen in de Salt Whitle Bay, achter een strip land van 20 meter breed dat de Atlantische Oceaan van de Caribische zee scheidt. Een natuurlijk rif breekt de hoge binnenkomende golven zo’n 200 meter uit de kust en voorkomt dat dit stukje land, bezaaid met palmbomen, wordt weggevaagd. Twintig minuten later ben ik mijn kite aan het oppompen, het waait een stevige 5 Bft. In het spatheldere water zie ik vissen onder mij doorschieten als ik even later op mijn kiteboard sta. Als ik een sprongetje maak zie ik ons schip nog geen vijftig meter verderop rustig heen en weer wiegen. We bevinden ons in een waar surfmekka en de 2 weken dat we daar verblijven waait het iedere dag. Ik heb spierpijn in spieren waarvan ik al een tijdje niet meer wist dat ik ze had en de aangekomen kilootjes worden er weer af gekite. Na de kitesessie klim ik in een palmboom en met een paar kokosnoten ga ik weer terug naar de boot.

Dit mooie paradijsje heeft helaas ook een andere kant. Daar waar geen toeristen komen liggen de stranden bezaaid met plastic. Er ligt werkelijk vanalles, van tampon-inbrenghulsen tot slippers, maar het zijn met name de petflessen die het decor ontsieren. Ik had met mijn beroep als arts kunnen stoppen als ik voor iedere fles 25 cent statiegeld zou krijgen. Helaas is statiegeld iets wat hier niet bestaat. We gaan met een paar grote vuilniszakken op pad maar binnen een uur hebben we meer plastic verzameld dan we kunnen meenemen. De enige afvalbult ligt aan de andere kant van het eiland, zo’n 4 km lopen. Geen wonder dat er zoveel afval ligt, denken we hardop.

De volgende ochtend gaan we naar het enige basisschooltje op het eiland. We hebben een lift geregeld om de 30 kg zware shredder en de zonne-oven met ons mee te nemen. Het is 08.30 uur als de eerste kindjes, keurig gekleed in schooluniform, de klas binnendruppelen. De interesse is snel gewekt als de kinderen onze recycle-machines zien en een kwartiertje later geven Niels, Wessel en ik een presentatie over plastic afval. Als we uiteindelijk met de kinderen plastic van het schoolplein opruimen om dit te vermalen in de shredder zijn de kinderen door het dolle heen. Als een soort mieren rennen ze overal over het schoolplein om even later terug te komen bij het thuishonk met een stuk gevonden plastic. Van het verzamelde plastic wordt een vaasje gemaakt dat nu met een bloemetje erin in het klaslokaal pronkt.

 

Ik ben er op Martinique achter gekomen dat het super mooi is om ook ’s nachts te gaan snorkelen. Vissen zijn minder schuw en grote exemplaren komen dichter bij de kant. Daarnaast komen lobsters uit hun holletje en door hun lichtgevende oogjes door de onderwaterlamp vallen ze goed op. Ook hier pak ik dus regelmatig mijn snorkel in de nachtelijke uurtjes, een zaklamp in mijn linkerhand en een handschoen om mijn rechter. Lobster smaakt namelijk erg goed, maar door hun vlijmscherpe punten zijn ze ook lastig te vangen. Bovendien weten ze als geen ander dat ze achter een zee-egel goed kunnen schuilen. Het blijft spannend onder water omdat het enige wat je ziet zich in het licht van de zaklamp bevindt. Wat er naast je gebeurt neem je niet waar. Als ik richting het diepere gedeelte zwem zie ik plotseling een haai van zo’n 1,5-2 meter. Geen idee wat voor soort het is, maar hij komt niet gevaarlijk over. Bovendien lijkt hij banger voor mij dan andersom en een tiental seconden later is hij ook weer vertrokken. Even later zwem ik in een ondiep gedeelte achter een pijlstaartrog van een meter doorsnede aan. Rustig glijdt hij over de bodem met zijn meterlange staart achter hem aan. Ik blijf op een gepast afstandje, de dood van Steve Irwin in gedachte hebbende. Mijn angst blijkt later iets ongegrond, gezien er maar 2 mensen op de hele wereld ooit door een pijlstaartrog zijn gedood. (Bron: Wikipedia)

Na 2 weken is het tijd om verder te gaan omdat we over niet al te lange tijd een afspraak hebben op Curacao. Vlak voor vertrek gaan we nog met yellow-man op stap. Yellow-man is een blanke man met een flink aangetaste huid door de overvloedige zon. Hij werkt op dit eiland op het resort en doet met name de groenvoorziening. Als wij hem een middag helpen met het opruimen van het strand belooft hij ons nog een aantal kokosnoten voor vertrek. Met een lange stok met op het einde een splitsing duwen we kokosnoten, die met een doffe klap neerkomen, uit de bomen. Het blijkt nog niet heel makkelijk om recht onder een kokosnoot deze eruit te slaan zonder dat je hierbij zelf gevaar loopt. Met een flinke kruiwagen vol kokosnoten lopen we terug naar de boot. Genoeg kokos te eten de komende weken!

Onze volgende bestemming is Union Island. Dit eiland valt in dezelfde categorie als Mayreau; Palmbomen, turquoise blauw water en een prachtige plek om te snorkelen en kiten. Helaas heb ik die week ervoor op Mayreau een rib gebroken bij een harde crash tijdens het kitesurfen. Juist nu, nu het iedere dag goed waait en we op zulke mooie plekjes zijn. Dan maar snorkelen. Ik zwem met Niels een baaitje in dat zo ondiep is dat we regelmatig met onze buik vastlopen op het koraal. Het wemelt er van de kleine gekleurde visjes en het wordt een steeds grotere uitdaging om door het enkeldiepe water vooruit te komen. Om ons heen vliegen kitesurfers heen en weer. Bewust spetter ik iets harder met mijn flippers in de hoop dat we worden opgemerkt door de surfers. Een paar vinnen door mijn rug kan ik nu niet gebruiken, aangezien mijn rug de enige kant is waar ik nog op kan slapen vanwege pijn aan die gebroken rib. Onze eindbestemming is een eilandje net uit de kust waar een barretje op staat en waar verder helemaal niets is. Een koud biertje is een heerlijke afwisseling na al dat zoute water en een lekkere afsluiter van de dag.

We verblijven slechts 3 dagen op Union-Island en gaan dan verder via Petit St Vincent (PSV) naar Carriacou. Op Carriacou hebben we met een Duitse hitchhiker afgesproken, die we op Kaapverdie hebben leren kennen. Harry gaat graag met ons mee richting Curacao om van daar door te reizen naar Midden-Amerika. Helaas kost het in- en uitklaren een dag en kunnen we het eiland niet echt verkennen omdat we de volgende ochtend vertrekken.

We vertrekken met een ondergaand zonnetje en een heerlijke 5 Bft richting Curacao. We worden steeds handiger met het zetten van de gennaker en binnen een paar minuten worden we met zo’n 7 knopen vooruit gesleept door het enorme zwarte doek. ’s Nachts hebben we een fantastisch zicht door de volle maan die het water van een witte gloed voorziet. De hele nacht doet de gennaker zijn dienst waarbij zo nu en dan snelheden van ruim boven de 11 knopen worden gemaakt. Na de eerste 2 dagen staat er al 300 mijl op de teller en zitten de accu’s tot de laatste druppel vol geladen door onze elektrische motor die prima regenereert bij deze snelheden. De volgende dag hangen er 2 mooie tonijnen aan de lijn. Sushi time! Daarnaast heeft Harry ons geleerd hoe we cervice moeten maken met rauwe tonijn. Dit is een manier van conserveren die wij nog niet kenden. De tonijn wordt in kleine stukjes gesneden en in een marinade van voornamelijk limoensap gelegd. Met een aantal groenten erbij heb je een heerlijke salade met rauwe tonijn. Hier hebben we 3 dagen van kunnen eten.

We blijven ruim 100 mijl uit de kust bij Venezuela vanwege de erg onrustige situatie daar. We varen zonder navigatielampen, radar en de AIS staat uit. Piratenverhalen spoken door ons hoofd. Onlangs spoelde hier in de buurt dit jaar nog een schip aan. Het schip volledig geplunderd, de 2 eigenaren om het leven gebracht. Als er een andere boot vlak voor zonsondergang op ons af komt gevaren en ons oproept via de marifoon besluiten we geen gehoor te geven. Dan wordt de wind zachter en zachter en plots liggen we voor de kust van Venezuela te dobberen waarbij de stroming ons richting de kust zet. We besluiten een stuk de motor aan te zetten omdat we geen onnodige risico’s willen nemen.

Na 4 dagen zeilen komen we midden in de nacht aan op Bonaire, het eerste eiland dat we tegenkomen van de ABC eilanden. De volgende ochtend vertrekken we zonder in- of uit te klaren. Op het fok varen we weg bij de mooringboei en 200 meter ontplooit de gennaker zich al. We vertrekken volledig in stijl voor de laatste 30 mijl richting Curacao. Diezelfde dag nog varen we het Spaanse water binnen en besluiten we een rondje te varen. Wat een enorm kapitaal wordt hier gebouwd. Villa’s van DJ’s als Afrojack en Martin Garrix staan te pronken aan het water. Vlak voor het donker laten we het anker in het troebele water vallen. Het is een flink eind peddelen richting de kant. Met een stevig windje in de rug en golven mee peddelen we richting het Pirates Nest. In het Nederlands bestellen we 4 Amstel Bright terwijl we proberen niet aan de pittige terugtocht richting ons schip te denken. De eerste nacht slaap ik weer aan 1 stuk door op het rustige water. Toch wel weer even bijkomen van 5 dagen hobbelen.